Energielabel
Bij nieuwbouw, verkoop, verpachting of verhuren van woongebouwen is een energielabel vereist. Bij saneringen, aan- of ombouwwerkzaamheden moet alleen dan een energielabel worden afgegeven als met de renovatie een ingenieurtechnische berekening van de energiebehoefte van het complete gebouw werd uitgevoerd die een voordelige afgifte van het energielabel mogelijk maakt.
Principieel is het niet verplicht om een energielabel af te geven, tenzij een gebruikerswissel plaatsvindt die een afgifte vereist. Het is echter mogelijk om een zogenaamd vrijwillig energielabel af te geven, bijvoorbeeld in voorbereiding op moderniseringsmaatregelen van gebouwen.
Principieel moet voor gebouwen met een nuttig oppervlak van minder dan 50 m² geen energielabel worden afgegeven. Het energielabel is maximaal 10 jaar geldig.
Het energielabel toont de energetische kwaliteit van woongebouwen aan, want hij informeert over de volgende factoren:
- CO2-emissie
- energieverbruik van een gebouw
- kwaliteit van de gebouwconstructie (dichtheid en isolatie)
- efficiëntie van de warmteproductie
Bij een nieuwbouw ontvangen de kopers het energielabel van de architect of de bouwheer. Huurder of kopers dienen zich het energielabel idealiter vóór de contractonderhandelingen door de eigenaar te laten tonen. Volgens de EnEV 2007 is de eigenaar van het gebouw verplicht, het energielabel uiterlijk op verlangen 'toegankelijk te maken'. Hij is echter niet verplicht, het energielabel actief in de contractonderhandelingen in te brengen.
De afgifte van het energielabel geschiedt bij een nieuwbouw aan de hand van de planningsdocumenten die als basis voor de afgifte van het energielabel kunnen worden gebruikt. Bestaande gebouwen worden in de regel gecontroleerd door een deskundige die het energielabel op basis van de gegevens zoals bijv. afmetingen, verbruiksgegevens, energetische kwaliteit van de externe constructiedelen en de verwarmingsinstallatie afgeeft en een saneringsadvies opmaakt. Volgens EnEV 2007 mogen nu ook eigenaren van gebouwen de relevante gegevens zelfstandig verzamelen.
Als basis voor de berekening van het energieverbruik in het energielabel geldt bij een nieuwbouw of gebouwsanering de ingenieurtechnische berekening van het energieverbruik voor het hele gebouw.
Voor bestaande gebouwen, woongebouwen of niet-woongebouwen kunnen energielabels zowel op basis van een ingenieurtechnisch berekend energieverbruik als op basis van het gemeten energieverbruik worden opgemaakt. De voorschriften voor de berekening zijn voor alle varianten geregeld in de EnEV.
Uitgezonderd van deze berekeningsregling zijn woongebouwen met minder dan vijf woningen waarvoor een bouwvergunning vóór 01.11.1977 werd aangevraagd. Hier zijn slechts de behoeftegerelateerde energielabels toegestaan, tenzij bij de bouw zelf of door latere moderniseringen minimaal het warmte-isolatieniveau van de 1e warmte-isolatieverordening van 1977 werd bereikt.
Een energielabel wordt altijd voor het complete gebouw en niet voor afzonderlijke onderdelen van een gebouw of voor woningen afgegeven. Hier gelden uitzonderingen alleen voor woongebouwen waarbij een niet gering deel niet voor woondoeleinden of daarmee vergelijkbare doeleinden wordt gebruikt. Hier zou dan een energielabel voor elk woningsdeel en elk niet-woningsdeel moeten worden afgegeven.
Degene die het energielabel heeft afgegeven, is met zijn handtekeing aansprakelijk voor de juistheid van de door hem ingevulde gegevens en kan bij grof nalatig of opzettelijk handelen verantwoordelijk worden gesteld.
In de EnEV zijn de kosten voor de afgifte van een energielabel niet vastgelegd. De prijs tussen de ondertekenaar en de opdrachtgever zijn vrij verhandelbaar. Hier loont het om prijs-prestatievergelijkingen uit te voeren.
